Theo van Doesburg probeerde van 1915 tot 1917 leden te werven voor een verbond van Nederlandse kunstenaars.
Het doel van het verbond was om als groep naar buiten te treden in plaats van als individualistische schilders.
In 1917 werd het eerste nummer van het blad "de Stijl" uitgebracht. Deze werd door Theo van Doesburg opgericht en uitgegeven om uitleg
te geven over het werk van de leden van het verbond. Het blad was voor hen een middel om over nieuwe moderne kunst te discussiëren en om
hun ideeën en opvattingen hierover te verspreiden.
Er bestaan verschillende ideeën over het ontstaan van de Stijl. Als we naar de tijd waarin het verbond is opgericht (1917) kijken, de Eerste
Wereldoorlog, kunnen we tevens naar het streven van de mensheid kijken. Het was in die tijd en chaos in Nederland en men streefde daardoor naar
rust en harmonie. De Stijl streefde ernaar weer te geven wat in de algehele maatschappelijke ontwikkeling nog niet bereikt was,
We kunnen ook de voorafgaande kunststromingen bekijken om het ontstaan van de Stijl nader te bepalen. Dan blijkt dat de Stijl ook als logisch gevolg
op het Kubisme gezien kan worden. Het Kubisme had als uitgangspunt het ordenen van de werkelijkheid, wat vaak als zeer harmonieus geheel
overkomt. Wel waren er op de kubistische schilderijen herkenbare figuren en elementen te zien. Het had iets vertellends in zich. De Stijl heeft
deze kunststroming verder doorgevoerd, door het "ordenen" nog verder terug te brengen. De schilderijen geven geen herkenbare figuren
weer en er is geen sprake van een vertellend karakter. Enkel horizontale en verticale lijnen en primaire kleuren werden gebruikt. De schilderijen
zijn echter wel begrijpelijk en geven daardoor toch iets weer.
De Stijl beperkte zich niet alleen tot het gebied van schilderkunst. Men wilde de principes van de Stijl op allerlei gebied verwezenlijken en zette deze kunststroming
daarom ook op het gebied van o.a. architectuur, beeldhouwkunst en meubelontwerpen voort.
Theo van Doesburg had het tijdschrift eigenlijk 'de Rechte Lijn' willen noemen, maar het is onder invloed van de overige leden van
het verbond toch de Stijl geworden. Men vond dat het woord 'stijl' voorafgegaan door het lidwoord 'de' de suggestie wekt dat het hier om de beste, mogelijk
zelfs de enige stijl gaat, die bruikbaar was in de moderne kunst en cultuur.
Hoewel het doel was als groep naar buiten te treden, gingen van der Leck en van Doesburg
op een gegeven moment (1925) toch diagonalen en de kleur groen gebruiken.
Men verwachtte dat de
Stijl
hiermee ten einde was gekomen, wat absoluut niet waar bleek te zijn. Ook Mondriaan en enkele
anderen begonnen met diagonalen en andere kleuren te experimenteren. Hierdoor trad men toch weer als groep naar buiten, wat een van de basis principes van de Stijl was.
De Stijl eindige pas in 1931. Theo van Doesburg stapte uit het verbond en richtte een nieuwe groep op 'Abstractian-Creation'. Het tijdschrift 'de
Stijl' werd opgeheven maar de leden gingen in zekere zin wel door met de Stijl. Ze deden dit echter individueel, en traden dus niet meer als
groep naar buiten. De essentie van de Stijl was hierdoor dus verdwenen.
Toch is het zo een belangrijke stroming geweest dat het de kunst en architectuur nog steeds
tot nieuw werk weet te inspireren. De Stijl is overal: Kleding, Gordijnen, tapijten, verpakkingen, etc hebben de vormen van de Stijl overgenomen
en gebruiken elementen die de leden van de Stijl jaren geleden hebben uitgedacht.
De basis-principes van de Stijl
De Stijl is een variant van de abstracte kunst, die kenmerkend is voor de hedendaagse kunstopvatting. Deze moderne kunst moest uitdrukkelijk niet
illustratief of vertellend zijn, zoals de broegere kunst wel altijd was. Deze kunst moest juist helemaal op zichzelf kunnen staan en begrijpelijk
zijn zonder betrekking te hebben op de concrete wereld. Het hoefde dus niet iets herkenbaars uit te beelden om toch begrijpelijk te zijn.
De Stijl is te herkennen aan het gebruik van rechte horizontale of verticale lijnen en de primaire kleuren rood, geel en blauw. Verder werden de kleuren
zwart, wit en grijs gebruikt en het geheel lijkt bijna een technisch geconstrueerd geheel. Het was niet zozeer de bedoeling om iets concreets te vertellen
of weer te geven, maar uit alle werken komt wel altijd duidelijk de ideale harmonie naar voren.
De Stijl keerde terug naar de fundamentele basiselementen van de Kunst: kleur en vorm, verdeling en lijn. Met deze elementen wisten de kunstenaars een nieuwe uiting aan
het begrip Kunst te geven, die de ideale wereld tegenover de realiteit plaatste. De meeste kunstenaars gebruikten open en gesloten vormen, ruimte
en dichtheid, kleur en vorm. Door al deze factoren in hetzelfde schilderij te gebruiken, konden zij de ideae harmonie bereiken. Alle elementen hebben hun eigen
functie binnen het geheel.
De lijnen vormen de grenzen en creeren de open of gesloten vormen.
Tevens worden de lijnen gebruikt een een zekere mate van ruimte te creeren.
De rand van het schilderij is niet het einde. We kunnen in onze fantasie
de overige ruimte zelf invullen; het zo groot laten worden als we zelf
willen, zelfs tot in het oneindige.
Door enkel gebruik te maken van de primaire kleuren konden de kunstenaars
een 3-dimensionaal effect creeren. Doordat de kleuren direct onze aandacht
trekken lijkt de rest van het schilderij naar de achtergrond te verdwijnen.
De witte vlakken lijken verder weg dan de gekleurde vlakken. Op deze wijze
gaf men het schilderij een 'voor en achter', dat door het gebruik van
verschillende vorm groottes in evenwicht werd gehouden.
De ideale harmonie kon dus alleen bereikt worden door de perfecte combinatie tussen:
- de grootte van het gekleurde vlak
- de gekleurde en niet gekleurde vormen
- de gesloten en open vormen
Door de perfecte combinatie te vinden, wisten de kunstenaars rust en evenwicht
in hun werk te creeren. Harmonie in zijn meest perfecte vorm.
De leden van de Stijl zagen kunst als tussenvorm tussen de werkelijkheid en de ideale harmonie. Als in de werkelijkheid de harmonie gevonden zou
zijn, zou kunst geen functie meer hebben.

