De Renaissance begon in Italie rond 1420. Binnen 80 jaar was deze stijl in elk deel van Europa doorgedrongen. De term 'Renaissance' betekent letterlijk wedergeboorte.
In de kunstgeschiedenis staat Renaissance voor de periode waarin de mens zich opnieuw bewust werd van zijn vermogen zijn eigen leven te beinvloeden.
De Renaissance is een periode in de kunstgeschiedenis waarin het einde van de middeleeuwen en de
principes van deze middeleeuwen zeer duidelijk werden. Het is in contrast tot deze donkere middeleeuwen een periode van licht en een nieuw begin. Voor
het eerst sinds het einde van de Klassieke Periode werden de mensen zich bewust van het begin van een
nieuw tijdperk. Ze werden geinsprireerd door de ideeen en principes van de Klassieke
Oudheid; De Griekse en de Romeinse
culturen, omdat zij deze culturen beschouwden als het beste dat de mensheid ooit had bereikt.
Tijdens
de Renaissance vormde de mens als zelfstandig wezen meer en meer het middelpunt van de maatschappij. Dit echter niet ten koste van God maar in dienstbaarheid
van God. Men begon alles wetenschappelijk te onderzoeken en analyseren, zoals natuur, filosofie, politiek en kunst.
In de verschillende kunst diciplines zoals architectuur,
beeldhouwkunst en schilderkunst kan men de steeds terugkomende principes die de basis voor de Renaissance vormen, duidelijk herkennen.
Deze principes zijn:
- Verheerlijking van de aardse schoonheid en het leven,
- Verovering van de zichtbare werkelijkheid,
- Evenwicht en Harmonie,
- Geinspireerd door de Klassieke Oudheid,
- Wetenschappelijke benadering,
- Zelf bewustzijn en de ontwikkeling van het individualisme.
De schilders uit de Renaissance waren de eerste kunstenaars die geometrisch gestructureerd perspectief in hun werk gingen gebruiken om het effect van ruimte weer te geven.

