Het
voorvoegsel 'post' geeft aan dat deze stroming op het impressionisme
(1870-1880) volgde. Net als het Impressionisme heeft deze stroming zich hoofdzakelijk in Frankrijk ontwikkeld.
Al in 1880, dus zes jaar na het ontstaan van de term Impressionisme, volgt een reactie op de heersende
stroming. Wat als revolutie in de beeldende kunst begonnen was, werd nu algemeen geaccepteerd en een soort bezadigde houding werd merkbaar. Een
grote groep kunstenaars begon te experimenteren met nieuwe methodes in de overtuiging dat de ontwikkeling naar een nieuw soort kunst nog lang
niet ten einde was. Men zocht naar een nieuwe en diepere waarheid achter het kunstwerk.
Al zoekende ontwikkelde men zich in verschillende richtingen, maar een duidelijke trend bleef het steeds dieper in de materie dringen om, op
wetenschappelijke wijze, achter de ware aard
van de materie te komen.
Eén voorbeeld van die wetenschappelijke benadering van de schilderkunst is het zogenaamde pointillisme
of divisionisme. Deze kunstenaars bestudeerden de optische werking van de kleuren. Ze experimenteerden hiermee door het maken van schilderijen
waarop de kleuren niet meer vermengd werden aangebracht, maar waarop de zuivere kleuren in kleine puntjes naast elkaar werden gegroepeerd.
Op
deze manier worden de kleuren niet in werkelijkheid gemengd. Het oog mengd deze gegroepeerde kleuren echter wel. Dergelijke werken waren zeer theoretisch
onderlegd door middel van schetsen en berekeningen. Er werd dan ook regelmatig wel een jaar lang aan een schilderij gewerkt. Hierdoor is van impressionismtische
kunst, een snelle impressie, geen sprake meer.
Paul
Cézanne, de oudste van deze nieuwe generatie kunstenaars, heeft de 'wetenschappelijke' manier van schilderen tot levenstaak gemaakt. Zijn
bekendste studieobject is de berg waar hij vanuit zijn raam zicht op had: de Mont Sainte Victoire. Door te experimenteren met kleuren en vlakverdeling
heeft hij geprobeerd vat te krijgen op de eigenschappen van deze elementen.
Zo
is Cézanne degene die 'uitvond' dat er naast de primaire kleuren, complementaire kleuren bestaan en dat deze, in goede combinatie gebruikt,
bepaalde effecten versterken. Bijvoorbeeld: rood wordt roder wanneer de kleur groen ernaast geplaatst wordt. Het versterken van warme kleuren
door het gebruik van koele kleuren is een uitvinding van Cézanne en is nog steeds één van de belangrijkste schilderkunst
principes.
Cézanne deelde tevens het landschap in vlakken in, wat een stapje in de richting van het abstraheren van de zichtbare werkelijkheid betekende.
Tevens de eerste stap in de richting van het
kubisme.
Paul Gaugain stond nog veel verder van het Impressionisme af dan de bovengenoemde schilders. Hij liet
zich bij de vormgeving inspireren door de middeleeuwse
kunst. Hij liet hierbij echter alle verworvenheden op het gebied van realistische schilderkunst vanaf de Renaissance ver achter zich. In zijn
schilderijen ontbreekt vrijwel ieder perspectief en het kleurgebruik is onwerkelijk. Gaugain had een voorkeur voor eenvoudig levende mensen, zoals
boeren in Frankrijk en de Indianen op Tahiti.
De
bekendste der post-impressionisten is Vincent van Gogh. De ontwikkeling van izjn stijl is zeer plaatsgebonden. In zijn Nederlandse periode waren
zijn werken heel donker van kleur, zoals op dat moment in Nederland in de mode was. Als hij bij zijn broer Theo in Parijs kennis maakt met de
impressionistische schilderkunst, besluit hij de lichte atmosferen van het Franse Zuiden op de zoeken: Arles. Door het contact met
Gaugain
wordt zijn kleurgebruik feller. Later, wellicht onder invloed van zijn geestelijke gesteldheid, werd zijn penseelstreek steeds woester en de
verflagen dikker.
Door de stijl die hij in de laatste periode van zijn leven hanteerde en de energieke uitstraling van zijn werk wordt Van Gogh wel de vader van het
expressionisme genoemd.

