De mythen waren de basis voor de Griekse religie in de oudheid en waren dan ook in alle aspecten van de samenleving terug te vinden. Ook in de kunst
uit de oudheid kunnen we terugzien dat voornamelijk mythische voorstellingen en figuren werden uitgebeeld. Dit komt mede doordat de kunstwerken hoofzakelijk
van religieuze aard waren.
De Griekse mythologie heeft ook in de latere literatuur en beeldende kunst veel invloed gehad op de onderwerpkeuze van de kunstenaars. Opvallend
is dat in elke periode juist die onderwerpen gekozen worden die bij de heersende mentaliteit passen en daaraan aangepast kunnen worden. Voorbeelden
van de invloed van mythen zien we bijvoorbeeld terug bij
de Romeinen, de Christelijke tijd, de Renaissance en het Neoclassicisme.
Zelfs in de 19e en 20e eeuw werden de mythen veelvuldig gebruikt. Psychologen zagen de mythen als studieobject. Met name degenen die zich bezeghielden
met het onderbewuste van de menselijke geest verdiepten zich in de betekenis en de universele waarde van de mythologie. De bekendste psychologen die
de mythen als bron van informatie over de menselijke geest gebruikt hebben, waren Jung en Freud (Oedipous-complex).

