De term mythologie
betekent kennis van mythen. De religie van de Grieken en Romeinen uit
de Klassieke Oudheid was gebaseerd op mythen. Oorspronkelijk betekende
de term gesproken woord of vertelling. Tegenwoordig bedoelen we met mythe
een verhaal zonder enige kern van waarheid, dus fantasie. In de Klassieke
tijd hadden deze verhalen echter dezelfde betekenis als in de christelijke
Middeleeuwen de verhalen uit de bijbel.
In vrijwel
iedere beschaving probeert de mens vat te krijgen op de dingen die om
hem heen gebeuren, zodat ze minder dreigend lijken. In prehistorische
culturen worden mythische verhalen gebruikt om een verklaring te geven
voor de natuurverschijnselen. Zo ontstaan de zogenaamde natuurgodsdiensten.
De aarde wordt in primitieve beschavingen meestal gezien als de oergodin;
een vrouwelijke god vanwege hun beider vruchtbaarheid. Ook de andere natuurfenomenen
zoals wind, zee en onweer worden met bovennatuurlijke krachten in verband
gebracht. De mens voelde zich omringd door goden, waarvan hij geheel afhankelijk
was.
De Griekse
mythen zijn ook op deze manier ontstaan. Maar zij hadden meer functies
dan enkel het verklaren van natuurverschijnselen. Ze gaven een uitleg
aan het ontstaan van de wereld en de mensheid. Bovendien hielden ze de
herinnering aan de stichting van belangrijke steden en gebieden en de
heldendaden van volkeren en individuen levend. De vertellingen over de
helden, gewone stervelingen met buitengewone capaciteiten, hadden vaak
een moraliserende functie; ze stelden de held als voorbeeld voor de mensheid.
Gedurende de hele klassieke oudheid hechtte men veel geloof en waarde
aan de mythen, maar toch werden ze in de loop van de tijd steeds minder
serieus genomen.
In de Griekse
prehistorie worden de mythen mondeling overgeleverd. Het zingende te gehore
brengen van mythische gebeurtenissen was een belangrijk onderdeel van
het religieuze ritueel. Ook trokken zangers rong om de verhalen te verspreiden.
De eerste
verzameling mythen is het werk van Homerus. Waarschijnlijk leefde Homerus
in de 9e eeuw voor Christus op het eiland Chios. Hij was blind en om de
kost te verdienen, verzamelde hij traditionele verhalen die hij op liet
schrijven. De boeken die we van hem kennen zijn de Ilias (over de Trojaanse
oorlog) en de Odyssee (over Odyssees zijn omzwervingen). De eerste schrijver
die over het ontstaan van de aarde en de goden schreef was Hesiodus uit
de 8ste eeuw.
Het is niet
verwonderlijk dat er zoveel informatie over de verschillende Griekse mythen
bestaat, want haast alle Griekse literatuur uit de oudheid gaat erover.
Behalve het proza is het werk van de dichters, de tragedie- en historieschrijvers
en zelfs van de filosofen een grote bron van informatie over mythen.

