
In de Griekse tempelbouw zijn drie verschillende orden te onderscheiden, namelijk de Dorische, de Ionische en de Korintische orde.
De Dorische zuil kenmerkt zich doordat het een zuil zonder basement is.
Het is een vrij zware zuil met een eenvoudig deksel als kapiteel (bovenkant).
Bij de dorische tempel komt boven de zuil een fries met metopen en triglieven.
Dat wil zeggen dat het gedeelte tussen de zuil en het dak opengewerkt
is met een klein soort zuiltjes die bewerkt zijn. De trap naar de Dorische
tempel toe, bestaat nooit uit meer dan drie treden.
De Ionische zuil kenmerkt zich doordat het een zuil met basement is.
De zuil is ook slanker en hoger dan de dorische zuil en het kapiteel is versierd met voluten (de mooie krullen aan de bovenkant).
Het fries
(het gedeelte tussen de zuilen en het dak) is gesloten en met beeldhouwwerken verfraaid. De trap naar een Ionische tempel bestond doorgaans uit meer
dan drie treden.
De Korintische zuil kenmert zich net als bij de Ionische door een zuil met basement, maar het basement bestond meestal uit meer lagen.
Ook deze zuilen zijn slank en hoog. Het kapiteel is echter anders. De voluten werden vervangen door een acuntusblad (zie rechter afbeelding). Het fries van
een Korintische tempel is vergelijkbaar met die van een Ionische tempel, hoewel het beeldhouwwerk meer losstaand kan zijn en meer beweging kan weergeven. De trap van deze tempel had ook meer dan drie treden.

