Henri
Emile Benoit Matisse werd op 31 December 1869 in Cateau-Cambresis, in het noorden van Frankrijk geboren.
Na de lagere school in Saint-Quentin, stuurdeerde hij rechten in Parijs en haalde zijn diploma. Zonder ook maar één van de Parijse
musea bezocht te hebben, vertrok Henri Matisse in 1888 weer naar Cateau Cambresis, waar hij een administratieve baan bij de rechtbank
wist te bemachtigen. In 1889 besloot hij een schildercursus in Saint-Quentin te volgen.
Hij werkte ongeveer twee jaar voor de rechtbank, toen hij in 1890 ziek werd. Henri was gedwongen gedurende een jaar in bed te
blijven en verveelde zich al snel enorm. Zijn moeder besloot om die reden een schilders kit voor hem mee te nemen.
Uit verveling begon Matisse te schilderen en had het gevoel in een soort van paradijs terecht te komen.
Na zijn ziekte nam hij ontslag en zijn vader stond hem toe om naar de 'Academie"Julian" in Parijs te gaan.
In 1893 werd het werk
van Matisse opgemerkt door Gustav Moreau. Moreau vraagt Matisse om in zijn atelier te komen werken, zonder
verdere examens gedaan te hebben of de opleiding af te maken. Hij voorspelde dat Matisse de kunstnaar zou worden die de kunst
zou vereenvoudigen. In 1895, nadat Matisse zijn dochter was geboren, werd hij officieel lid van het atelier van Moreau en werd
daarmee zijn leerling.
In 1896 en 1897 exposeerde Matisse zijn werk voor het eerst in 'Salon de la Societe Nationale'. In zijn werk gebruikte Matisse toen
nog veel donkere kleuren en zijn werken waren in het geheel niet gewaagd. Matisse ging in die tijd regelmatig naar het Louvre in
Parijs waar hij zicht liet inspireren door kunstenaars als Poussin, Rafaël en David. Doordat een vriend
hem enkele werken van Van Gogh liet zien, kwam hij in 1897 in contact met het
Impressionisme.
In 1898 trouwde Matisse met de moeder van zijn dochter, Amélie Parayre. Nog geen jaar later sterft Moreau. Matisse kan het met Cormon, de nieuwe eigenaar van het atelier, niet goed vinden en hij besluit het atelier te verlaten.
In 1901 herstelt Matisse van opnieuw een ziekte in Zwitserland, waar hij Signac en De Vlaminck ontmoet. Tussen
1901 en 1906 worden in Frankrijk regelmatig tentoonstellingen van
Post-Impressionistische kunstenaars
, zoals Cézanne, Gaugain en Van Gogh, gehouden. Matisse en andere kunstenaars van de jongere generatie
zoals Derain, Marquet en De Vlaminck, waren erg onder de indruk van het werk van de Post -Impressionisten.
Ze begonnen zelf met het Post-Impressionisme te experimenteren en met de Post-Impressionistische principes als handleiding
ontwikkelden deze jonge artiesten hun eigen, totaal nieuwe stijlen (
het Expressionisme).
De karakteristieken van de nieuwe stijl die door kunstenaars als Matisse en De Vlaminck werd ontwikkeld, zijn het gebruik van
levendige kleuren en het onnatuurlijk vervormen van objecten. In 1905 exposeerde de groep hun werk voor het eerst. De rececenten
vonden
hen een schande voor de kunst en noemden hen daarom 'The Fauves'. The Fauves betekent 'Wilde Beesten' wat de groep eigenlijk erg
aansprak. Ze droegen de naam met trots en besloten zelfs hun groep De
Fauves te noemen.
Matisse was de centrale figuur in de periode van de fauves. Hij was degene die met zeer vereenvoudigde figuren en levendige kleuren
een onwerkelijke situatie op de meest overtuigende wijze wist te creeren. In zijn werk gebruikte hij naast felle kleuren ook de
contouren van de figuren en structuren door deze sterk te benadrukken. Zijn werk is gebaseerd op de principes van het 'weglaten'
. De menselijke geest vult zelf aan was er in het schilderij ontbreekt, zoals diepte, detail en
plastische figuren.
Door het gebruik van grote vlakken primaire kleuren wordt een impressie van licht en ruimte gecreeerd.
Matisse was een meester in het vereenvoudigen: kleurem em lijnen waren belangrijker voor hem dan het weergeven van het object. Van
Cézanne had hij het belang van kleuren in een schilderij geleerd. "Kleuren vormen krachten waarvan de verhouding in balans moeten
zijn."
Volgens Matisse was de Fauves het resultaat van zijn weigering
om gebruik te maken van kleuren anders dan pure oftewel primaire kleuren. Met het gebruik van enkel pure kleuren konden zij grotere
effecten creeeren en het effect van (zon)licht op het schilderij
was veel mooier.
De kunstenaars van de Fauves probeerden niet-dimensionale niveaus te creeeren door de primaire kleuren zoveel mogelijk als een
geheel maar ook zo goed mogelijk individueel toe te passen. Intuitie was voor Matisse en de Fauves ook van groot belang.
De vorm en inhoud van het schilderij dienen in perfecte balance te zijn. Voor Matisse vormden ze een eenheid.
1906 vormde het hoogtepunt van de Fauves. In hetzelfde jaar zette Picasso echter de eerste stappen richting het Cubisme wat het
eind voor de Fauves zou betekenen.
Na 1906 was Matisse
niet langer aan een stroming verbonden. Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw nam Matisse samen met Picasso en
Mondriaan,
binnen de kunst een autonome
positie in. Matisse verliet de figuratieve kunst nooit meer en zijn creaties werden steeds verder vereenvoudigd en puur. Matisse
wilde een indruk van rust weergeven.
Tussen 1909
en 1917 maakte Matisse
zijn meesterwerken. Gedurende deze periode was niet kleur zijn einddoel maar maakte hij
deze juist immaterieel en plaatst ze in het licht. Hij werd tijdens zijn reizen in Italie, Duitsland, Spanje, Rusland en Marocco
geinspireerd door de natuur en de zon. Om buiten te werken was voor Matisse een manier om frisse indrukken te krijgen. En deze
frisse nieuwe indrukken leidden naar nieuwe creaties.
Eind 1917 voelde Matisse de noodzaak om te relaxen na jaren van experimenteren en worstelingen met zijn
innerlijke zelf. In 1921, na de eerste wereld oorlog, verhuisde Matisse naar Nice. En vanaf die tijd leidt Matisse een leven in luxe,
veel licht en een subtrotisch klimaat. Het werk dat Matisse tussen 1918 en 1930 maakte kreeg weinig
aandacht van het publiek en
de recencenten.
Tussen 1930 en 1940 begon Matisse met een decoratieve stijl van schilderen. Het lineaire element en de decoratieve werken van deze
periode was het rusultaat van Matisse zijn studie naar de relatie tussen de vervorming van objecten en de expressieve functie van
lijnen.
Henri Matisse overleed op 3 November 1954. In zijn laatste levensjaren maakte hij zwart-wit tekeningen
met inkt en grote
composities c.q. collages met gekleurde stukken uitgeknipt papier, ook wel zijn 'cut-outs' genoemd. In deze werken is Matisse zijn
liefde voor licht weer duidelijk terug te zien. Hij gebruikte grote uitgeknipte stukken papier die elke een individueel element
vormden maar samen ook een geheel vormden. Door de pure verhoudingen tussen deze stukken papier waren ze in perfecte balans.
De 'cut-outs' combineren de eenvoud en het geheel en kunnen als complete samenvatting van het werk van Matisse worden gezien.

